Land van Vuur en IJs – Rondreis IJsland 2010

In 2010 reden we dwars door het ruige en vulkanische IJsland, een land waar natuur op elk moment indruk maakt. Onze rondreis begon bij Keflavík en voerde ons langs stille fjorden, lavavelden en eindeloze vergezichten. Via Borgarnes bereikten we het schiereiland Snæfellsnes, met zijn vulkanen, kliffen en kustlijnen, en het charmante plaatsje Stykkishólmur.

We vervolgden onze route langs bijzondere natuurverschijnselen zoals de watervallen Hraunfossar, het mysterieuze Mývatn-gebied en de imposante kloof Ásbyrgi. Het historische Þingvellir, de spuitende Geysir en de krachtige waterval Gullfoss vormden samen het beroemde Golden Circle-gebied.

Langs de zuidkust bezochten we Vík, de watervallen Seljalandsfoss en Skógafoss, en het indrukwekkende gletsjermeer Jökulsárlón met zijn drijvende ijsbergen. Na al deze natuurgeweld was ontspannen in de Blue Lagoon een perfecte afsluiting, voordat we onze reis beëindigden in het levendige Reykjavík.

Deze rondreis door IJsland was een aaneenschakeling van ruige landschappen, pure natuur en onvergetelijke indrukken.


Dag 1: Aankomst in IJsland

Ons IJsland-avontuur begint als we thuis worden opgehaald door de taxi. De bus brengt ons eerst naar Weert, want de NS werkt aan het spoor. Vanaf daar reizen we met de trein verder naar Schiphol. We zijn ruim op tijd en checken meteen onze koffers in.
Op het panoramadek kijken we hoe de vliegtuigen af en aan vliegen. We eten onze broodjes en nemen daarna nog een kijkje in de taxfreewinkel, waar vooral het speelgoedgedeelte in de smaak valt.

Kort na twee uur stijgen we op. Waar de kinderen in de trein nog volop bezig waren met hun nieuwe boekjes en spulletjes, trekt nu het schermpje in de stoel voor hen direct alle aandacht. Icelandair verwent ze met een koptelefoon en een maaltijdbox. Met een filmpje vliegt de tijd voorbij en zijn die drie uur zo om.

Om 15.15 uur lokale tijd landen we in Keflavík. De koffers verschijnen snel op de band en Linda pint alvast IJslandse kronen. Daarna is het even geduld hebben bij Avis voor onze huurauto. We moeten ruim een uur wachten, maar dat wordt goedgemaakt met een gratis upgrade naar een 4WD.
Niet veel later halen we het linnengoed op en doen we de eerste noodzakelijke boodschappen. Vervolgens rijden we zo’n 100 kilometer naar ons eerste vakantiehuisje, net voorbij Borgarnes. Onderweg maken we meteen kennis met het indrukwekkende landschap én de stevige, onophoudelijke wind.

Bij aankomst regent het flink terwijl we alle spullen uit de auto laden. Binnen krijgt alles een plekje en maken we wat te eten. Ondanks dat de kinderen in de auto al wat hebben geslapen, zijn ze duidelijk moe. Wij genieten nog even binnen, met de verwarming aan en uitzicht op de omgeving, en duiken dan ook ons bed in.

Gereden: 111 km


Dag 2: Snæfellsnes schiereiland

Een beetje uit ons ritme door het (kleine) tijdsverschil slapen we vanaf 5.00 uur licht. Om 7.30 uur staan we op en gaan ontbijten. Het duurt nog even voordat iedereen klaar is en alles weer in de auto zit.

Na een korte stop bij de bakker rijden we richting het schiereiland Snæfellsnes. We rijden door het laagland tot we bij Ytri-Tunga Farm aankomen. Hier parkeren we en halen eerst alle jassen, mutsen en handschoenen uit de auto voordat we ons door de harde wind naar het strand laten blazen. De kinderen vinden het geweldig om op en over de lavarotsen te klauteren. In de verte zien we zeehonden op de rotsen voor de kust liggen.

Na een uurtje flink uitwaaien ploeteren we terug naar de auto. We volgen de kustweg verder richting Arnarstapi. De picknicktafel laten we links liggen; we eten onze broodjes en soep in de auto. Daarna lopen we het wandelpad langs de kust richting Hellnar. Het is een mooie wandeling met indrukwekkende uitzichten op de basaltrotsen, waar zeevogels broeden. We lopen niet helemaal door tot Hellnar, maar keren halverwege weer om naar Arnarstapi.

Voordat we verder rijden zetten we voor de kinderen een filmpje op. Onderweg naar de noordkust van het schiereiland stoppen we nog bij de Snæfellsjökull-vulkaan, bij de rotsformaties en vuurtoren van Lóndrangar en bij het zwarte kiezelstrand Djúpalónssandur.

Daarna vervolgen we onze weg langs de noordkust van het schiereiland voordat we terugrijden richting Borgarnes. In het huisje kunnen de kinderen nog even spelen terwijl wij opruimen, koken en even naar huis bellen. Na het eten spelen we samen verstoppertje en gaan we lekker douchen. Daarna gaan de jongens naar bed.

Wij sluiten de dag af met een prachtige zonsondergang, terwijl we alvast de route voor morgen plannen.

Gereden: 437 km


Dag 3: Birdwatchen bij Stykkishólmur

Het weer begint vandaag zoals gisteren eindigde: zonnig en helder, met slechts een enkele wolk. We zijn al om 7.30 uur uit de veren, omdat het hier erg vroeg licht wordt. Na het ontbijt gaan we in Borgarnes even langs de bakker en gooien we de tank vol.

Het eerste deel van de route is hetzelfde als gisteren, waarna we afbuigen richting Stykkishólmur. Rond 10.30 uur komen we daar aan en kleden ons goed aan voor het birdwatchen met Seatours. Om 11.00 uur mogen we aan boord. Bram en Koen houden de bemanning scherp in de gaten om niets te missen tijdens het uitvaren.
Nog maar net buiten de haven varen we langs een van de eilandjes om broedende zeevogels te bekijken. We hebben geluk: we zien meteen een puffin (papegaaiduiker). Het broedseizoen is eigenlijk al voorbij en de meeste zijn inmiddels verder getrokken.

Met dit zonnige weer is het prachtig om tussen de eilandjes door te varen. Bij het volgende eilandje kijken twee zeehondjes ons nieuwsgierig aan, met alleen hun neuzen boven het water. Op dit eiland broeden aalscholvers en we zien ze van heel dichtbij als de boot langzaam voorbij vaart. Verderop bewonderen we de mooie basaltkolommen bij een van de kleinere eilandjes.

Vanaf hier gooit de bemanning een sleepnet uit aan de achterkant van de boot. Even later kunnen we zien wat dit heeft opgeleverd: zeesterren, zee-egels, schelpdieren, stukjes spons en koraal. De schelpen, scallops (een soort Sint-Jakobsschelp), worden opengemaakt en we genieten met z’n vieren van deze heerlijke verse zeevruchten. De kinderen vinden het geweldig om te zien wat er allemaal is opgevist en krijgen allebei schelpen, zee-egels en zelfs kleine zeesterren om mee te nemen.

Terug in de haven rijden we eerst nog een stukje om een picknicktafel te zoeken. In de luwte, met een wijds uitzicht, eten we daar onze broodjes op. Daarna rijden we verder over een onverharde weg langs de kust. De uitzichten zijn opnieuw schitterend, maar het is frustrerend dat de batterijen van beide camera’s bijna leeg zijn.

Na ongeveer anderhalf uur rijden nemen we nog een korte pauze. In het halfuur dat we hier in de zon zitten, rijdt er geen enkele auto voorbij. Rond vijf uur zijn we terug bij ons huisje. Wij genieten nog even van de zon op een bankje, terwijl de kinderen lekker ravotten.
Na het eten wandelen we wat rond op zoek naar de afvalcontainer, die volgens de brochure “near the house” zou moeten zijn. Uiteindelijk legt de buurman uit dat hij een stuk verderop, aan de rand van het terrein met huisjes, staat.

Gereden: 678 km


Dag 4: Hete bronnen en watervallen

Vandaag doen we het een beetje rustig aan; er staat maar een kleine route op het programma. We rijden richting Reykholt, maar stoppen daarvoor bij Deildartunguhver, de hete bronnen. Hier borrelt water van maar liefst 97 graden uit de grond, waarmee twee steden van warm water worden voorzien.
Bij de boer kopen we tomaten die in kassen groeien en met dit warme water worden verwarmd. Daarna rijden we verder door een mooie vallei met veel boerenland en de typische (kleine) IJslandse paardjes.

Een stukje verderop bezoeken we de Hraunfossar en de Barnafoss. Bij de Hraunfossar stroomt over een lengte van ongeveer één kilometer water tussen twee lavalagen door, met talloze kleine watervalletjes. Verderop langs het wandelpad ligt de Barnafoss, waar het water een natuurlijke brug heeft uitgesleten. Op de terugweg kopen we bij het winkeltje (een keetje) onze eerste souvenirs en posten we onze kaarten.

De terugweg is minstens zo mooi als vanochtend en laat opnieuw het typische IJslandse landschap zien. Terug in Borgarnes doen we eerst boodschappen, waarna we langs de waterkant onze broodjes opeten.

Hoewel het buiten maar 13 graden is, gaan we toch naar het zwembad. Gelukkig is het water heerlijk warm en met het stralende zonnetje is het er prima uit te houden. De kinderen vermaken zich uitstekend met de glijbanen buiten en met de bal en het goaltje in het binnenzwembad. Wij genieten van het stoombad en de warme baden buiten, met verschillende temperaturen.

Rond vier uur zijn we terug bij het huisje. De kinderen spelen en ravotten terwijl wij met een kop koffie in de zon zitten. Na het avondeten strekken we nog even de benen, voetballen we en spelen verstoppertje. De zon verliest dan snel zijn kracht en het wordt frisser. Binnen is het aangenaam warm.

Gereden: 828 km


Dag 5: Naar het noorden

Voordat we vanochtend op pad gaan, hebben we nog genoeg te doen. De koffers worden weer ingeladen en de boodschappen gaan mee. Het beddengoed wordt afgetrokken en in de linnenzakken gedaan. Bram wil helpen en stofzuigt het huisje. Koen draagt ook zijn steentje bij en haalt de kussens uit de zithoek om goed te kunnen schoonmaken.
Nadat alles een plekje in de auto heeft gekregen en de rest van het huisje is gepoetst en gedweild, kunnen we vertrekken. Voor de laatste keer gaan we in Borgarnes naar de bakker en tanken we de auto vol.

We volgen de autoweg 1, die het hele eiland rondgaat, richting Akureyri. Onderweg wisselen dalen en hoogvlaktes elkaar af. De kinderen kijken een filmpje, wij genieten van de afwisselende omgeving.

Bij Blönduós maken we een middagstop. We maken een korte wandeling over het eilandje Hrútey en eten bij een picknickbank onze broodjes op.

Hierna gaan we weer op weg voor de tweede helft van onze route. Rond drie uur rijden we door Akureyri. Ons plan om nog door te rijden richting Goðafoss laten we varen; we hebben al genoeg kilometers gemaakt en we komen er ongetwijfeld nog langs. Zo’n twintig kilometer boven Akureyri, bij het plaatsje Grímsey (richting Grenivík), ligt ons tweede huisje.

Het huisje is snel gevonden, maar de laatste 800 meter eigen weg zijn hobbelig en bochtig. Het lijkt alsof we achter de heuvels naar een ingesloten plek rijden, maar daar ligt een mooi huisje met een prachtig uitzicht op het fjord en de omringende, met sneeuw bedekte bergen.
Al tijdens het uitladen van de koffers amuseren de kinderen zich met de speeltoestellen en het waterstroompje dat door de tuin loopt.
Het is nog heerlijk weer en we zitten samen op de tuinbank op het terras.


Na het eten gaan we douchen en duiken we samen in de hotpot van 40 graden. Een heerlijke afsluiter van de dag.

Gereden: 1187 km


Dag 6: Mývatn

Het ziet er weer goed uit vandaag. Ook vandaag waait het bijna niet, er zijn wat wolken boven de bergen en de zon schijnt lekker.
Voordat we vanochtend kunnen vertrekken moet er eerst een wasje gedaan worden, zodat het de rest van de dag aan de lijn kan drogen. Daarna rijden we verder over ringweg 1 richting Mývatn.

Na een half uurtje maken we een stop om de Goðafoss-waterval te bekijken. Hij is niet erg hoog (12 meter), maar wel erg fotogeniek.

Onze volgende stop is Skútustaðir bij het Mývatn-meer. Zodra we de auto uitstappen weten we het zeker: dit betekent muggenmeer. Linda pakt snel de insectenspray om ons in te smeren. We volgen het pad tussen de pseudokraters door. Deze met gras en mos begroeide kraters zijn al mooi op zich, maar nog mooier is het uitzicht over het meer met de kleine eilandjes, omringd door bergen en vulkanen en de rookpluimen van thermische bronnen.

Een klein stukje verderop ligt het schiereiland Höfði. We maken hier een korte wandeling door het berkenbos, zien snipachtige vogeltjes en bewonderen het uitzicht.

We rijden weer verder en komen bij Dimmuborgir, een 2000 jaar oud lavaveld met opvallend gevormde lavaformaties. Nadat we tussen deze rotsen hebben gewandeld besluiten we bij het modern uitziende restaurantje aan te schuiven. We kiezen het dagmenu met forel; het smaakt voortreffelijk en ook de kinderen eten hun gehaktballetjes met smaak op. Voor we terug naar de auto gaan mogen zij nog een ijsje uitkiezen. Wij nemen voor vanavond traditioneel hverabrauð met gerookte zalm mee.

We zijn nu goed aangesterkt voor het beklimmen van de verderop gelegen Hverfell. Deze explosiekrater heeft een doorsnede van één kilometer. Het kost Koen best wat moeite om de steile klim naar boven te maken. Eenmaal boven lopen we een stukje langs de rand van de krater, kijken in de diepte en zoeken mooie stenen voor thuis. Nadat Linda nog wat verder loopt om foto’s te maken van de omgeving, lopen we langzaam weer naar beneden.
Na een kort stukje rijden komen we bij Hverir, een solfatarenveld. Het is prachtig om de kleuren te zien bij de kokende modderpoelen en zwavelbronnen. Koen vindt dat het er stinkt (en daar heeft hij gelijk in) en wil graag terug naar de auto. Bram vindt het juist geweldig en wil het liefst overal aan zitten (wat natuurlijk niet mag) en zelf foto’s maken.

Als laatste rijden we richting Krafla. We stoppen kort bij Vítí, een met water gevulde explosiekrater, en daarna bij Leirhnjúkur voor een flinke wandeling richting het solfatarenveld en het lavaveld. Vooral de wandeling over het broze, dampende zwarte lavaveld is erg indrukwekkend.

Wanneer we terug bij de auto zijn is het al bijna zes uur. Bram en Koen hebben prima gelopen, maar zijn nu duidelijk moe. We eten en drinken even iets en zetten een filmpje voor ze op. Daarna stoppen we nog om te tanken en wat voorraad in te slaan en rijden we in ongeveer een uur terug naar het huisje. De broodjes die eigenlijk voor vanmiddag bedoeld waren eten we nu met een soepje. Nog een toetje en dan gaan de jongens naar bed.
Terwijl Linda opschrijft wat we vandaag hebben beleefd, duikt Richard nog even de hotpot in.

Km gereden: 1418



Dag 7: Húsavík en Ásbyrgi

Na een hectisch ontbijt hebben we even de tijd om rustig te zitten. De kinderen kleuren en prikken en wij lezen wat.
Rond 10.00u vertrekken we richting Húsavík. Als we daar rond 11.00u aankomen zien we dat het hier heel ander weer is dan in onze baai. Was het bij ons vanochtend zonnig tot bewolkt met een beetje wind, hier is het grijs en regenachtig met een stevige wind vanaf zee.

Het was de bedoeling om hier per boot een walvisexcursie te doen, maar we horen al snel dat de zee vandaag te ruw is voor een boottocht. We passen onze plannen aan, maar drinken eerst wat warms in een cafeetje in de haven.

Daarna rijden we verder om bij Voladalstarfa te wandelen richting de vuurtoren. We kleden ons warm aan en zetten voor het eerst sinds dagen onze mutsen weer op tegen de koude zeewind. We hebben al een heel stuk gelopen als we zien dat het laatste stuk bij de vuurtoren is afgezet als privéterrein en we het pad niet verder kunnen volgen. Terug in de auto is het lekker warm en we drinken en eten even iets.

Een stukje verderop is een mooi uitzichtspunt over de ruige kust met het prachtige ijsblauwe water. We stoppen even om rond te kijken en foto’s te maken. Als middagstop pauzeren we bij Ásbyrgi. Dit is een 4 km lange V-vormige kloof met steile rotswanden van wel 100 meter hoog. Een weggetje loopt tot bijna achter in de kloof, waar we parkeren om te eten. Hierna lopen we door een berkenbosje, naar een uitzichtspunt en langs een meertje waar we stormvogels zien nestelen in de rotswanden.

Nog even overleggen we of we doorrijden richting Dettifoss, maar de slechte weg en de extra kilometers doen ons besluiten om terug te rijden. We genieten nog een keer van de prachtige kuststreek van Noord-IJsland en stoppen nog één keer om over het zwarte zand te wandelen tot aan het water. Er zijn flinke golven doordat het nog steeds hard waait. We nemen een klein stukje drijfhout mee als aandenken aan deze mooie, ruige kust (alweer extra bagage naast alle stenen en andere vondsten).

We zijn lekker op tijd weer terug bij het huisje. Hier is het opnieuw helder en zonnig, dus de jongens kunnen fijn buiten spelen. Wij zitten met een biertje en een zalmtoast op het terras. Na het eten en douchen “duiken” we met zijn allen weer lekker de hot-pot in. Met het zonnetje genieten we nog even van het uitzicht om ons heen.

Met een toetje en een filmpje sluiten Bram en Koen hun dag af. Wij warmen ons op met een kop koffie en zien de zon achter de bergen ondergaan.

Km gereden: 1721


Dag 8: Terug naar het zuiden

Vanochtend laden we voor de tweede keer onze koffers en andere spullen in de auto. Wij poetsen het huisje terwijl de kinderen buiten ravotten. Daarna rijden we naar Akureyri, gooien de tank vol en stoppen nog even bij de bakker voor wat lekkers.
We nemen de ringweg 1 terug naar het zuiden en laten het mooie, ruige noorden achter ons. Het is vandaag erg bewolkt en we rijden voortdurend regenbuien in en uit. De kinderen amuseren zich tijdens deze weinig interessante rit met een leuk filmpje en met de boekjes en spelletjes uit hun rugzak.

Onderweg maken we twee stops om de benen te strekken en een extra “noodstop” voor Koen die naar de wc moet. Via Blönduós – Borgarnes (hé, daar zijn we weer) – Akranes – Reykjavik en Selfoss rijden we sneller en met minder kilometers dan we hadden verwacht. In een dorpje voor Selfoss doen we voor de laatste keer boodschappen voor de komende dagen.

We trakteren onszelf op een softijs met van alles erop en eraan. Voor de kinderen een ijsje met een gezichtje (chocodip-hoedje, lolly-oren, kaugom-neus en snoep-ogen en -mond). Voor ons eentje met chocodip en een soort chocobolletjes. Het duurt even voordat alles op is en daarna rijden we het laatste stukje naar het huisje. We laden alles uit en geven het weer een plekje.

Bram en Koen dansen in de woonkamer als echte stoere jongens op de muziek van de radio. De meegebrachte pizza’s kunnen helaas niet in de oven en moeten in de pan worden opgewarmd. Het resultaat is aan de onderkant wat doorbakken, maar we laten het ons toch smaken.
Na het eten bouwt Bram een hut op het bed in onze kamer en speelt Koen met zijn ridders.
Nog even een toetje bij de tv (één IJslandse zender) en dan met z’n tweeën in één bed. Als dat maar goed gaat.

Km gereden: 2197


Dag 9: Golden Circle

Onze dag begint al erg vroeg als Bram en Koen door het huis stommelen om naar de wc te gaan. Daarna is de rust ver te zoeken en gaat Bram met dekbed en kussen op de grote bank in de woonkamer liggen. mNadat we op de normale tijd opstaan en ontbijten beginnen we aan onze route van vandaag.

We rijden in een half uurtje naar Þingvellir. Onderweg rijden we langs Þingvallavatn, het grootste meer van IJsland. In Þingvellir wandelen we langs de Mid-Atlantische breuk. Deze verzakking is 6 km breed en 40 km lang.

Hierna rijden we een korte, mooie route langs bemoste heuvels met veel verschillende kleuren om bij Geysir te komen. Deze geiser spuit helaas niet meer regelmatig, maar de vlakbij gelegen Strokkur gelukkig wel. Als Linda de eerste keer met het fototoestel in de aanslag staat schrikt ze zo van de plotselinge kracht waarmee hij omhoog spuit, dat ze te laat is voor de foto. Hij spuit zelfs drie keer kort achter elkaar. Het is mooi om te zien hoe in één seconde de waterbel zich vormt en dan omhoog schiet.

We lopen verder door het geothermische veld en bekijken alle borrelende en pruttelende poelen. De kinderen bouwen met stenen torentjes op de heuvel bij het uitzichtspunt. Op een bankje bij de Strokkur bellen we Tim om hem te feliciteren met zijn 4e verjaardag en laten zo het thuisfront weten dat het hier prima is.

De geur van frietjes lokt ons het restaurant binnen en we nemen er ook een smakelijke hamburger bij. In de souvenirwinkel vinden alle drie de mannen een leuk T-shirt.

Dan rijden we verder naar de laatste attractie van de “Golden Circle”: de Gullfoss. Het water valt hier in twee trappen ruim 32 meter omlaag. Van bovenaf al prachtig om te zien, maar van dichterbij is het neerstortende water nog indrukwekkender.

Een half uurtje later zijn we terug bij het huisje en gaan we allemaal even plat. Een uurtje later zijn we weer fit. De kinderen spelen met hun Lego en Playmobil en wij drinken wat warms. Wat later dan normaal schuiven we aan tafel voor soep en broodjes. Na het toetje en een boekje gaan Bram en Koen naar bed en wij lekker op de bank (al missen we het uitzicht van onze vorige twee huisjes).

Km gereden: 2360


Dag 10: Watervallen, zwarte stranden en ruige kust

Als we na een lekker ontbijt met een eitje naar buiten komen is het grijs, bewolkt en miezerig. We rijden bij Selfoss de route 1 op richting Vík. Onderweg passeren we de Seljalandsfoss die we later vandaag nog gaan bezoeken. Op afstand ziet hij er al spectaculair uit.
Daarna rijden we langs de Eyjafjallajökull-vulkaan. Aan deze kant is bijna niet te zien dat hij in april is uitgebarsten. Er lopen verschillende stroompjes met gesmolten gletsjerwater richting zee, waar het zwarte as langs de kanten is neergeslagen.

We stoppen bij de Skógafoss. Deze 60 meter hoge waterval is een van de hoogste van IJsland. Van dichtbij bewonderen we hoe het water met enorme kracht naar beneden stort. Richard wandelt het korte, steile pad naar boven om de waterval en het uitzicht ook van bovenaf te bekijken.

De bewolking blijft hangen en als we bij Vík over het zwarte strand wandelen ziet alles er mysterieus uit. Er is flinke golfslag en vooral Bram vindt dat geweldig. Het voor de golven uit rennen gaat een tijdje goed, totdat het water ineens in zijn schoenen staat. Tegen de rotsen beuken de golven omhoog en vogels vliegen af en aan naar hun nesten in de hogere rotswanden. De temperatuur is aangenaam en het waait bijna niet, dus we eten onze broodjes bij de picknickbank aan het strand op.

Hierna rijden we een stukje terug naar Dyrhólaey. Dit is een 120 meter hoge kaap met een groot gat in de rots en het zuidelijkste puntje van IJsland. De golfslag is hier nog indrukwekkender en de rotsen hebben prachtige grotten gevormd. De golven spatten uiteen op de rotsen in de branding. We nemen het steile pad omhoog naar de vuurtoren om het gat in de rots goed te kunnen zien, maar de bewolking hangt zo laag en het miezert zo hard dat we met moeite iets kunnen onderscheiden.

Snel terug naar de auto en dan hobbelen we zes kilometer terug naar de verharde weg. De gaten en kuilen zijn zo talrijk dat het onmogelijk is ze allemaal te ontwijken. Onderweg moeten we ook nog uitkijken voor een paar “zelfmoordvogels” die op de weg blijven zitten of rakelings voor de auto langs vliegen.

Bij de Seljalandsfoss, die we vanmorgen al zagen, stoppen we nu wel. De waterval is niet zo groot, maar wel leuk voor de kinderen omdat je er achterlangs kunt lopen. Het pad is nat en modderig, met gladde rotsblokken, maar het is bijzonder om achter het vallende water te staan.

Vanaf hier rijden we in één keer door naar Selfoss, waar we nog even stoppen bij de Bonus. In het huisje begint Linda meteen met koken zodat we iets na zes uur aan tafel kunnen. Na het eten zet Linda Bram en Koen onder de douche, zodat ze vanavond op tijd naar bed kunnen.

Morgen staan we vroeg op en wordt het een lange dag richting Jökulsárlón.

Km gereden: 2676


Dag 11: Op weg naar Jökulsárlón en het ijsmeer

Voor het eerst deze vakantie gaat de wekker, om 7 uur nog wel!
Om 8 uur zitten we in de auto om in Selfoss weer met route 1 richting Vík te gaan. Van daaruit gaan we nog een heel stuk door tot bij Jökulsárlón (340 km). Onderweg zien we donkere wolken, zon, laaghangende wolken en mist (bij Vík) en passeren we tal van landschappen. Groenbemoste bergen met watervallen, vulkanen, lavavlakte, zandvlakte en tenslotte, met zon en blauwe lucht, de gletsjers van de Mýrdalsjökull en Vatnajökull.

Na ruim vier uur rijden komen we steeds dichter bij de gletsjer, maar pas op het allerlaatste moment zien we het gletsjermeer Jökulsárlón. Prachtig drijven de ijsschotten in het meer (15 km²). De van de gletsjer afgekalfde ijsbergen hebben verschillende groottes, kleuren en vormen. De witte, lichtblauwe en grijs/zwarte (met vulkanisch gruis) worden door de stroming naar zee gevoerd.

We maken een boottocht op het meer met een bootje dat vanaf land het water in rijdt. De kinderen vinden het geweldig en zitten in reddingsvesten aan dek. We zien de prachtige ijsbergen aan ons voorbij trekken en kunnen niet ophouden met foto’s maken. Er wordt uitgelegd dat het ijs dat van de gletsjers afkalft al duizend jaar oud is en nog steeds heel helder. Als de kinderen hier een stukje van mogen proeven staan ze gretig vooraan.

De gids wijst op een ijsberg die nog geen uur geleden is gekanteld door het smeltproces of de stroming. Dit is ook de reden dat er niet te dicht langs gevaren kan worden, omdat het grootste deel van de ijsberg zich onder water bevindt.

Terug aan land gaan we langs de kant van het meer onze broodjes opeten. Wat een geweldig uitzicht, met een stralend zonnetje. Hierna lopen we onder de brug door naar de zee en zien hoe, sprookjesachtig door de mist van de smeltende ijsbergen, de ijsschotsen op het zwarte strand aanspoelen. Ook dit vinden de kinderen weer prachtig. Ze lopen tussen de vreemd gevormde ijsschotten door en gooien de kleinere terug in zee terwijl ze de golven ontwijken. We nemen nog wat zwart zand mee als aandenken (ijs meenemen kan helaas niet) en wandelen terug naar de auto.

Na een klein uurtje rijden stoppen we bij de Svinafellsjökull. Na twee kilometer hobbelen en bobbelen en een kort stukje lopen kunnen we van bovenaf op de gletsjer kijken. De kinderen vinden het jammer dat we er vanaf hier niet op kunnen lopen.

Dan terug in de auto en in één ruk door hetzelfde afwisselende landschap, maar nu met veel meer wolken, terug naar Selfoss. De kinderen amuseren zich gelukkig met Wickie de Viking en Pokémon. In Selfoss eten we bij KFC en daarna rijden we terug naar het huisje, waar de jongens niet veel later in bed liggen.

Km gereden: 3362


Dag 12: Laatste dag in IJsland – Blue Lagoon en Reykjavik

Vanochtend worden we niet wakker van de kinderen maar van een rotvlieg die het op ons voorzien heeft.
We doezelen nog even maar staan dan op om de koffers in te pakken, de bedden op te maken en het huisje te poetsen.
Linda heeft twee goede hulpjes, want Bram stofzuigt en Koen poetst (met een niet al te vochtige doek).

Het duurt even voordat we reisklaar zijn maar dan rijden we richting Reykjavik en Keflavik.
We maken meteen weer kennis met de harde wind op dit schiereiland. De deuren van de auto moet je goed vasthouden als je ze opent, anders waaien ze onmiddellijk uit je handen.
|We leveren eerst bij het vliegveld ons linnengoed in, zodat we wat minder bagage in de auto hebben.
Vanaf hier is het nog maar een klein stukje tot bij de bekende Blue Lagoon. Om er te komen rijden we al een heel stuk met alleen lavavelden om ons heen. Dan ineens zien we het dampende blauwwitte water tussen de zwarte lavarotsen.

Als Linda uit de auto stapt om er foto’s van te maken moet ze moeite doen om het fototoestel stil te houden en niet om te waaien. Binnen ziet alles er stijlvol uit. Het water is heerlijk warm maar midden in de lagune waait het zo hard dat er zelfs golven op het water staan. Linda probeert het masker van silica-sediment dat ontstaat in dit water met een zoutpercentage van wel 12,5%.
We blijven wat in de luwte en de kinderen smeren ons nog verder in.

Na een uur of twee vinden de kinderen het goed geweest en gaan we lekker douchen. In de auto eten we onze broodjes en knakworstjes op.

We rijden dan naar Reykjavik en zoeken met een zeer korte routebeschrijving ons hotel. Boven verwachting rijden we er in één keer naartoe. Onderweg valt eerst Bram in slaap en in de laatste kilometers ook Koen. Koen is zelfs niet meer wakker te krijgen. We laden eerst onze koffers uit en brengen die naar onze kamer.

We hebben een heel ruime family room in het Cabin Hotel aan de rand van het centrum. Met alle spullen op hun plek willen we eerst een uurtje rusten voordat we verder gaan. Maar al na twee minuten liggen we met z’n drieën te luisteren hoe Richard snurkt, tot Koen zegt: “Pappa, wakker worden, je snurkt zo hard!”

De kinderen kijken even tv terwijl wij de losse spullen uit de auto een plekje geven in de koffers. Daarna parkeren we de auto in het centrum en wandelen wat langs de winkeltjes. We kopen wat laatste souvenirs en als het al te hard begint te regenen gaan we terug naar de auto.

We rijden naar de rand van de stad waar we bij aankomst al een Fridays hadden zien liggen, ons favoriete vakantierestaurant. We eten lekkere spareribs en steak en voor de kinderen is er ook een ijsje toe. Ze spelen nog even in het grote winkel- en amusementscentrum waarin het restaurant ligt. Het is inmiddels donker als we terug naar het hotel rijden. Niet veel later liggen we allemaal in bed, want morgen moeten we erg vroeg op.

km gereden: 3577


Dag 13: Terug naar huis

Om 4.45u (!!) loopt de wekker af. Gelukkig heeft er niemand gesnurkt vannacht maar toch hebben we allemaal niet veel zin om op te staan.
Al voor 5.30u zitten we in de auto richting het vliegveld. Het is nog net donker en heel rustig als we de stad uitrijden.
Nog even de tank volgooien en dan leveren we de auto in bij de Avis Car Return (km-stand 3625). Hun shuttlebus brengt ons binnen een paar minuten naar het vliegveld. De rij aan de balie is lang maar wij halen onze e-tickets uit de automaat en geven onze koffers af.

Nog even zoeken waar de tax return is, maar daarvoor moeten we eerst door de security check. Het gaat nu een stuk strenger dan op de heenreis: schoenen, riemen en kettinkjes moeten uit, alle vloeistoffen apart en kinderbekers leeg. Daarna kunnen we verder en halen we eerst een broodje als ontbijt. Vervolgens wordt de tax refund (btw-voordeel) bijgeschreven op de creditcard.
Als we de laatste losse kronen besteden zien we dat we ons moeten haasten om op tijd bij de gate te zijn. We rennen als laatsten binnen en tien minuten later stijgen we al op. De vlucht verloopt vlot; de kinderen krijgen snel wat te eten en drinken en zijn met een filmpje lange tijd zoet.

Om 13.45u Nederlandse tijd landen we op Schiphol. De koffers rollen al snel op de band en niet veel later brengt de trein ons richting Limburg. Om 17.00u stopt de taxi voor de deur en een uur later zijn de koffers uitgepakt, draait de wasmachine en eten we een bordje Chinees.

’s Avonds bekijken we onze foto’s op de computer en beleven we IJsland nog even opnieuw.